Foto:

Huishoudelijke hulp gaat meer kosten

RIDDERKERK – Het college van B&W is niet van plan om de extra kosten voor de huishoudelijke hulp in het kader van de WMO te halen uit de paar miljoen die Ridderkerk na de decentralisatie door de rijksoverheid heeft overgehouden in het sociaal domein. "Dat zou slechts een incidentele oplossing zijn, terwijl de extra middelen structureel nodig zijn". Wethouder Marten Japenga heeft dat – als tijdelijke vervanger in het college voor de WMO-zaken – geantwoord op vragen van het CU-raadslid Erna de Wolff.

Door een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep moet landelijk voortaan uitdrukkelijk per cliënt worden aangegeven hoeveel uur nodig is voor een schoon en leefbaar huis. De gemeente onderzoekt of dat zou kunnen volgens het zogenoemde Utrechtse model, waarbij men stelt dat met 105 uur per jaar een goed resultaat mogelijk is. Diverse raadsleden vrezen dat het een verdere achteruitgang van de kwaliteit zou betekenen. "Minder uren betekent minder kwaliteit", zegt VVD-raadslid Louis van der Spoel.

PvdA-raadslid Arianne Ripmeester betoogt dat juist met een openbare aanbesteding je meer resultaat kunt krijgen. Op dit moment is volgens haar de marge groot tussen de kostprijs van 27 euro en de circa tien euro die een hulp krijgt. De Wolff stelt dat de tariefstijging in vier jaar tijd ongeveer 25% is, terwijl de hulpen ongeveer 12% loonsverhoging krijgen. Volgens het college van B&W gaat het verschil naar wettelijk bepaalde kosten zoals overhead, vergoeding van reiskosten en scholing.

Het college heeft toegezegd voorafgaand aan de in 2020 te houden aanbesteding eind dit jaar aan de gemeenteraad een plan voor te leggen dat "past bij een toekomstbestendige manier van werken en inkopen". Daarbij wordt ook gekeken of het mogelijk is de huishoudelijke hulp te combineren met begeleiding.

Meer berichten